door Jan Boonstra
TERUG
naar indexpagina Fietsen in Korea
Tijdens de eerste twee dagen was het snikheet en heiďg, zodat de bergtoppen
waren opgelost in de grijze lucht en ik als een hijgende
hond op een hete dag regelmatig langs de kant van de weg
wat verkoeling probeerde te zoeken. De hele dag door voelde
ik me doodmoe.
De volgende drie dagen was het een stuk
koeler, maar nu viel de regen onophoudelijk met bakken
uit de lucht. Ik passeerde de beroemde Soraksan bergen en
bereikte de oostkust. Alweer waren de bergen verscholen in
de wolken en ik fietste maar door, alles was nat, nat, nat.
Wat voor lol was hier nou aan? Ik mag misschien en rare zijn,
maar ik genoot van m'n tocht. Door het weer werd het alleen
maar een grotere uitdaging en ik genoot ook van de kontakten
met de lokale bevolking en de vakantiegangers langs de weg.
Ik ontdekte dat Koreaanse vakantiegangers altijd plezier
hebben. Of ze nu in de zon zitten of door de regen lopen,
of ze op een kampeerterrein luieren of in de file staan, het
maakt allemaal niet uit.
Wat meer over de tocht zelf: het weer klaarde helemaal op en
ik fietste door het midden van het land, richting zuid, het
meest over kleine wegen. Ik ging tot de Chirisan bergen,
waar de weg tot 1200 meter hoog ging. Wat ik vooral
plezierig vond was de vriendelijkheid van de bevolking op
het "platte"land. ver weg van de steden krijg je een andere
kijk op de Koreanen, meestal een betere. Ik heb rijstwijn
gedronken en ben midden in de nacht wezen vissen met
Koreanen en sommigen woonden in Seoel, terwijl ik ze aanzag
voor typische lokale mensen. Maar zij waren met vakantie
in hun thuisdorp en eenmaal terug in de vertrouwde sfeer
veranderden ze als een kameleon. Natuurlijk genoot ik ook
van de prachtige natuur. De bergen, de dorpen, de
ontspannen atmosfeer, Korea lijkt soms op het paradijs.
En toen ik op een morgen in het stadje Namwon wilde starten
voor de laatste etappe naar mijn eindbestemming Kunsan,
bleek mijn fiets te zijn...... gestolen! Nadat ik bij de
politie aangifte had gedaan nam ik de bus naar Kunsan,
teleurgesteld en met een rotgevoel. Ik geloofde niet meer
zo in die eerlijke, aardige plattelandsmensen. Terug in
Kunsan werd ik af en toe gebeld door de politie, ze vonden
het heel vervelend dat zoiets verschrikkelijks in Namwon
was gebeurd en beloofden het stadje binnenste buiten te
keren om de fiets terug te vinden. Ook de hoofdcommissaris
zelf bemoeide zich er mee. En toen, na drie dagen
gebeurde het ongelooflijke: ik werd weer gebeld met de
mededeling dat ze m'n fiets hadden teruggevonden!
Dus de zondag daarop reed een collega
mij in de vroege ochtend in de auto naar Namwon, want
ik was vastbesloten om naar Kunsan terug te fietsen en
de tocht alsnog fietsend te voltooien.
De politie was trots op hun resultaat en ik deed mijn best hen te overladen met complimenten. Van een "ddok-kaps" (envellop met inhoud) wilden ze niks weten, ook niet na aandringen. Ik kon de hoofdcommissaris en de agent-belast-met-mijn-zaak hooguit een kop koffie aanbieden in het café op de hoek. Toen nam de agent-b-m-m-z (mr. Kim) me mee naar zijn huis (hij reed mij ook naar het busstation op de dag van de diefstal) en liet mij zijn familie zien, of liever gezegd, toonde zijn familie een zeldzame menssoort, gekleed in een fietsbroek. Wat is het leven van een politieagent enerverend! Toen nam mr. Kim mij mee naar Namwon's toeristenattraktie no. 1: het Kwang Han Yoo park, ter nagedachtenis van de legende van Choon Hwang die zich daar afspeelde. Mr. Kim wilde niet dat ik zijn stadje zou verlaten zonder dat ik wat Koreaanse cultuur had geabsorbeerd en ik was hem daar dankbaar voor. Plattelandsmensen zijn uiteindelijk toch reuze aardig. Ik zei hem om elf uur gedag en reed richting Kunsan op mijn eigen fiets, waarvan wel een paar dingetjes misten, maar die verder in een goede staat was.
v.l.n.r. mr. Kim, de blije fietser, de hoofdcommissaris